Strafrechtzitting

Indien je verdacht wordt van een strafbaar feit ontvang je van het Openbaar Ministerie een uitnodiging om voor de rechter te verschijnen. Deze uitnodiging heet een dagvaarding. Op de dagvaarding staat de datum en tijdstip van de zitting. Daarnaast staat op de dagvaarding waarvan je wordt verdacht.

Het is raadzaam naar de zitting een advocaat mee te nemen. Dit is overigens niet verplicht. Je mag je eigen verdediging voeren. Een advocaat kan echter het gehele dossier opvragen bij het Openbaar Ministerie. Het dossier bevat jouw verklaring, maar ook de verklaringen van de getuigen, de verklaringen van de politieagenten, de rapportage inzake het onderzoek van DNA-materiaal, etc. Je advocaat bespreekt de inhoud van het dossier ruim voor de zitting met je en bespreekt de verschillende mogelijkheden, bijvoorbeeld het oproepen van getuigen.

Als je een advocaat niet zelf kunt betalen, kan je advocaat een toevoeging voor je aanvragen. Je betaalt dan slechts een eigen bijdrage. De hoogte van deze eigen bijdrage is afhankelijk van je inkomen en vermogen (www.rvr.org). Als je in voorarrest zit of dit nog loopt, hoef je niet voor een advocaat te betalen. Je krijgt dan een advocaat toegevoegd. Let op! Je mag je advocaat zelf uitkiezen. De meeste advocaten (in ieder geval WP Advocaten) krijgen daarvoor betaald door de overheid. Je hoeft dan zelf niets (ook geen eigen bijdrage) te betalen.

Op de zittingsdatum dien je je op tijd te melden bij de rechtbank. Het kan namelijk bij de ingang van de rechtbank druk zijn. Iedereen moet door een detectiepoortje. Je tas en kleding worden gecontroleerd op onveilige objecten. Laat dus je nagelvijl thuis! Vergeet overigens ook niet je legitimatiebewijs mee te nemen naar de rechtbank.

Bij de ingang hoor je op welke verdieping je je dient te melden. Op die verdieping hoor je het nummer van de zittingszaal. Het is raadzaam in de buurt van deze zittingszaal te gaan zitten. Je wordt vervolgens door de bode geroepen als je zaak begint.

Tijdens de zitting onderzoekt de rechter of je schuldig bent. Een zitting is vrijwel altijd openbaar. Dat betekent dat anderen de zaak kunnen bijwonen. Dit geldt niet bij zittingen waarbij minderjarigen zijn betrokken.

Tijdens de zitting krijgt eerst de rechter het woord. De rechter controleert of je naam en adres kloppen. Daarnaast vertelt de rechter je dat je goed moet opletten en dat je niet verplicht bent te antwoorden. Vervolgens legt de officier van justitie uit van welk strafbaar feit je wordt verdacht. Daarna gaat de rechter het dossier bespreken. De rechter zal ook allerlei vragen aan je stellen. Hij of zij stelt eerst vragen over het feit waarvan je wordt verdacht. Daarna vraagt hij naar je persoonlijke omstandigheden. Of het goed is om wel of niet te antwoorden (je wel of niet op je zwijgrecht te beroepen) is afhankelijk van de inhoud van het dossier. Je advocaat zal dat voor de zitting met je bespreken.

Na het bespreken van het dossier zal de officier van justitie zeggen wat hij van de zaak vindt en een eis formuleren. Daarna krijgt je advocaat het woord. De advocaat geeft zijn visie op de zaak. Als je geen advocaat hebt, mag je zelf je verdediging voeren. Na het pleidooi van de advocaat wordt de officier in de gelegenheid gesteld hierop te reageren. Vervolgens mag de advocaat hierop weer reageren.

Jij krijgt tenslotte het laatste woord. (Tip: zeg vooral niet dat het je spijt als je tijdens de zitting hebt ontkend! 😉 )

Indien je moet voorkomen voor een politierechter, wordt er aan het einde van de zitting uitspraak gedaan. Een meervoudige kamer doet na twee weken uitspraak.

Als je het niet eens bent met de uitspraak kun je binnen twee weken na de uitspraak hoger beroep instellen. Of het raadzaam is om hoger beroep in te stellen, kun je bespreken met je advocaat. Hoger beroep stel je in bij de informatiebalie van de rechtbank. Als je in hoger beroep gaat wordt je zaak door het Gerechtshof opnieuw behandeld.